Deze tekst is een gezamenlijke intentieverklaring van bewoners, gebruikers en organisaties in de wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham. Die wil richting geven aan toekomstige ontwikkelingen en vormt een uitnodiging aan beleidsmakers, ontwerpers, eigenaars en ontwikkelaars om samen met ons te bouwen aan een wijk die recht doet aan haar potentieel, eigenheid, diversiteit en draagkracht. Sluizeken-Tolhuis-Ham is een 19de-eeuwse gordelwijk gelegen naast de Gentse binnenstad. De wijk is dichtbevolkt, dichtbebouwd en superdivers. De wijk is de laatste jaren in volle ontwikkeling. De nabijheid van het station Gent-Dampoort en van het stadscentrum bezorgen de wijk een strategische ligging.
De cijfers tonen het zwart op wit: Sluizeken-Tolhuis-Ham is een wijk vol leven en diversiteit, maar staat ook onder grote druk. De woonkwaliteit is soms laag, buitenruimte schaars, en veel bewoners ervaren hinder van vuil, verkeer of sociale spanningen. Tegelijk groeit de wijk snel, trekken nieuwe projecten nieuwe bewoners aan, en is er een rijke mix aan handel, horeca en cultuur.
Net daarom is het belangrijk om stil te staan bij de toekomst van deze wijk. Hoe zorgen we ervoor dat veranderingen niet ten koste gaan van wie hier nu woont? Hoe maken we ruimte voor meer kwaliteit, zonder mensen weg te duwen? Met deze buurtvisie willen we vanuit de bezorgdheden van bewoners een ander verhaal schrijven: een verhaal van samenwerking tussen bewoners, Stad Gent en ontwikkelaars. Niet tegen elkaar, maar mét elkaar. Op basis van gedeelde principes bouwen we aan een wijk waar iedereen zich thuis kan voelen. Sluizeken-Tolhuis-Ham is namelijk geen lege ruimte, maar een levendige, complexe, menselijke plek.
Leefbaar
1. Publieke ruimte eerst
Onze wijk bestaat uit meerdere lobben: Tolhuis, Briel, Voormuide en Ham. Deze hebben elk hun eigenheid en worden alle gekenmerkt door een grote dichtheid. Sluizeken-Tolhuis-Ham is een dense en diverse wijk, waar buitenruimte zeer schaars is.
Daarom is het essentieel dat iedereen toegang heeft tot kwaliteitsvolle buitenruimte: publieke tuinen en aangename pleinen, waar vooral rust en ontmoeting mogelijk zijn.
Elke nieuwe ontwikkeling moet dan ook bijdragen aan openheid, verblijfskwaliteit en gedeeld gebruik op wijkniveau.
Maak ruimte voor groen, speelruimte, ontmoeting en rust. De reeds bestaande publieke ruimtes moeten aantrekkelijk, veilig, proper en toegankelijk zijn. Voorzie ook voldoende publiek sanitair. Als er meer publieke ruimte is, zal de druk op bestaande pleisterplekken afnemen.
De parkeerdruk in de wijk is hoog. Gebruik niet zomaar parkeerplekken om ruimte te creëren. Hoewel auto's veel plaats innemen, vinden bewoners het ook belangrijk dat het parkeerbeleid rekening blijft houden met hen en zoekt naar slimme oplossingen zoals gedeelde parkeerplaatsen, randparkings of andere collectieve systemen voor bezoekers.
2. Groei van groen
Groen is schaars en ongelijk verdeeld in de wijk. Daarom vragen we een doordachte uitbreiding van publieke groene ruimtes en een beleid dat gemaakte beloftes rond bijkomend groen effectief realiseert.
Daarbij vragen we aandacht voor bomen, biodiversiteit, schaduw en stilte. Denk aan allerlei soorten groenvormen, van geveltuinen tot volkstuinen, van parkjes tot groene doorsteken, perkjes en zichtbaar privaat groen. Elke vierkante meter telt, niet alle groen hoeft functioneel te zijn. Ook tijdelijke ruimtes of onderbenutte terreinen kunnen ingezet worden om het groen te versterken. Groene plekken moeten goed worden onderhouden om hun waarde te behouden. Onverzorgde of onveilige parken verliezen simpelweg hun functie. Daarom vragen we een actief onderhoud door de stad én meer verantwoordelijkheid voor bewoners.
Dit eigenaarschap mag gestimuleerd worden, bijvoorbeeld via een wijkbedrijf of lokale samenwerkingsvormen.
Bij het ontwerp van nieuwe parken moet de stad al in de conceptfase rekening houden met mogelijke geluidsoverlast en andere neveneffecten voor de direct omwonenden. Parken zijn volgens bewoners belangrijke plekken voor ontmoeting, maar zijn ook een plaats waar het gebruik voor overlast kan zorgen. Tegelijk moet een park inclusief en toegankelijk zijn voor alle bewoners van de wijk. Voorzie daarom een mix aan functies, zoals kruidentuintjes, voetbalpleintjes, stilteplekken en andere voorzieningen die inspelen op de diverse noden en leefstijlen in de buurt.
3. Geef water een plek
Water vormt de grens van onze wijk, en was vroeger overal in de wijk. Vaak is het water nu onbenut of niet beleefbaar. We denken aan water als volwaardige component in de publieke ruimte: voor verkoeling, rust, biodiversiteit, ontspanning en als buffer om langere droge of natte periodes op te vangen.
Het openleggen van historische waterlopen, zachte oevers, wandelzones, zwem- of speelwater kan de kwaliteit van de leefomgeving sterk verbeteren. Hoewel er een draagvlak bestaat voor het terugbrengen van water in de wijk, zijn er ook een groot aantal bewoners die deze kansen nog niet zien. Dit mag niet gebeuren vanuit toeristisch oogpunt, maar vooral in functie van het dagelijks en veilig gebruik door bewoners. Toegankelijkheid van water kan ook kleinschalig door de integratie van wadi’s in de publieke ruimte. Elke ingreep dient echter geëvalueerd te worden op zijn veiligheid.
Evenwichtig
4. Trage verbindingen en rustpunten
De wijk wordt doorsneden door drukke verkeersassen, gericht op gemotoriseerd verkeer, die soms onveilig en onaangenaam zijn voor lokale weggebruikers. Er is dringend nood aan een netwerk van trage verbindingen wegels, paden, steegjes, doorgangen – die voetgangers alternatieven geven. Deze verbindingen moeten maximaal voorzien worden bij nieuwe ontwikkelingen. De doorwaadbaarheid van grote bouwblokken zorgt voor een grotere nabijheid tussen verschillende straten, tuinen en pleinen. Deze zachte verbindingen kunnen de verschillende meer centrale plekken verbinden en zo een breder wijkgevoel versterken.
Fysieke en mentale rustpunten, bankjes en kleine ontharde zones maken de wijk toegankelijker en leefbaarder. Kleinschalige ingrepen hebben soms meer impact dan grootschalige infrastructuur. Door deze verzorgd en doordacht uit te werken, worden de verbondenheid en verbindingen versterkt.
5. Evenwicht tussen wijkgericht en bovenlokaal
Onze wijk draagt veel bovenlokale functies zoals een ziekenhuis, scholen, opvangvoorzieningen en industrie. Deze functies zijn waardevol en noodzakelijk voor de stad, maar ze mogen de draagkracht van een dichtbevolkte wijk niet overschrijden.
Er moet zorgvuldig nagedacht worden over nieuwe voorzieningen en bouwprojecten in de wijk. Toekomstige projecten moeten proactief en transparant gepland worden, met heldere keuzes over schaal, functie en meerwaarde voor de wijk zelf. Wijkgericht en bewonersgericht denken moeten de leidraad vormen: bovenlokale projecten moeten ook bijdragen aan lokale noden. Het programma moet onderbouwd worden door wijkanalyse: wat zijn de cijfers, wat is de draagkracht, tot waar kan die worden gespannen of is het breekpunt al bereikt?
Er is daarom nood aan een overkoepelende visie die voorkomt dat de wijk louter het decor wordt voor stedelijke ambities die weinig aansluiting vinden bij het dagelijks leven in de wijk. Sluizeken-Tolhuis-Ham mag niet opportunistisch gezien worden als de ideale plaats voor ontwikkelingen die elders geen plaats vinden.
De stad moet er resoluut voor kiezen om wonen voorrang te geven in onze wijk.
6. Stimuleer ontmoeting
Ontmoeting versterkt het sociaal weefsel van de wijk. Dat gebeurt in onze wijk niet alleen achter, maar vaak ook voor de gevel: zitbanken, speelstraten, buurtactiviteiten en gedeelde ruimtes. Ontmoeting mag spontaan zijn, informeel, klein. Ze hoeft niet altijd georganiseerd, maar wel mogelijk gemaakt te worden.
De bewoners zien nog veel kansen voor het buurtcentrum Godshuishammeke die niet benut worden. Over deze plek en het bijhorende park, moet nagedacht worden zodat dit een bredere plek voor ontmoeting kan worden. Ook zou een buurtcentrum of een plek voor jongeren volgens de bewoners een troef zijn.
Kleine ingrepen zoals een bankje of een plek waar men kan ontspannen, kan het verschil maken. Grote ontmoetingsplekken moeten gedragen zijn door de buurt. Vermijd top-downbeslissingen over publieke functies die geen draagvlak hebben bij de directe omgeving.
Maak samenwerking tussen bewoners met verschillende achtergronden, leeftijden en levensstijlen mogelijk. Veel buurtinitiatieven bereiken vandaag slechts een beperkt deel van de wijk.
We pleiten daarom niet enkel voor het ontharden van de ondergrond, maar ook voor het doorbreken van sociale verharding: ruimte maken voor ontmoeting, betrokkenheid en verbondenheid.
Betrokken
7. Zorg voor een samenhangende visie
De wijk lijdt onder een gebrek aan ruimtelijke samenhang. Nieuwe ontwikkelingen lijken vaak los te staan van hun omgeving. We vragen een integrale visie op ontwerp, met richtlijnen over materialiteit, groenaanleg, verlichting, bewegwijzering en sociale veiligheid. Een goed ontwerp zorgt er bijvoorbeeld voor dat sluikstorten en afval vermeden worden door sociale controle, voldoende passage, ...
Elke straat, zone of lob heeft zijn eigen uitdagingen, draagkracht en opportuniteiten. Ontwerpen moeten afgestemd zijn op het karakter van de plek, en niet louter op het rendement van het project. Laat bewoners en lokale experts mee bepalen welke typologieën en functies passen. Kies niet resoluut voor nieuwbouw, maar stimuleer ook renovatie om het karakter van de wijk te behouden.
Hoewel niet alles maakbaar is, kan een beeldkwaliteitsplan dat de diversiteit van de wijken respecteert, zorgen voor herkenbaarheid en respect voor de publieke ruimte.
8. Gebruik lokale kennis en veranker participatie
De bewoners van Sluizeken-Tolhuis-Ham kennen hun wijk het beste. Ze vragen dan ook in grote getale dat hun expertise structureel en (vroeg)tijdig ingezet wordt bij projecten, plannen en beleid in en rond de wijk.
Ga voor authentieke participatie, zodat iedereen de kans krijgt om bij te dragen aan de toekomst van de wijk, op een manier die bij hen past. Echte participatie - het deelnemen aan een proces - is dan ook meer dan het organiseren van zogenaamde inspraakmomenten om genomen beslissingen te legitimeren. Gebruik daarom diverse vormen van participatie, afgestemd op verschillende doelgroepen van de wijk en werk bijvoorbeeld met scenario’s, visuele presentaties en andere toegankelijke formats. Maak het proces bovendien op voorhand duidelijk en wees transparant over hoe beslissingen genomen worden en hoe je aanpassingen kan doen.
Stimuleer eigenaarschap en engagement van bewoners door ruimte te maken voor betrokkenheid op eigen tempo en maat.
We pleiten voor de oprichting van een wijkforum, wijkraad of ander platform dat bestaande en nieuwe projecten opvolgt als adviesraad, verbindingen legt en bewoners langdurig betrekt en informeert. Wijkontwikkeling stopt namelijk niet na een project; verandering vraagt opvolging en continuïteit. Zo kunnen tijdelijke invullingen en proefprojecten waardevol zijn, maar ze vragen wel ondersteuning en integratie in een langetermijnvisie.
Het platform moet dan ook voldoende slagkracht en mandaat krijgen om invloed uit te oefenen op plannen.
Zorg er voor dat bewoners op verschillende manieren geïnformeerd worden. Durf ook te experimenteren met andere talen in functie van een bredere informatieverspreiding. Naast een sterke online aanwezigheid, kan een informatiebord in het straatbeeld een laagdrempelige manier zijn om ook offline informatie te verstrekken.
9. Ontwikkel duurzaam en leefbaar
Een sociale mix is essentieel. Projecten moeten niet alleen financieel rendabel zijn, maar ook voorzien in sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Ontwikkeling mag niet leiden tot gentrificatie, maar ook het uitblijven van ontwikkeling mag niet ingegeven zijn door speculatie of resulteren in verwaarlozing.
De wijk mag geen plek met twee snelheden worden: aan de ene kant een dure wijk voor wie het zich kan permitteren, aan de andere kant een wijk waar mensen noodgedwongen blijven wonen in aftandse huurwoningen zonder perspectief.
Daarnaast moet er gebouwd worden met meer aandacht voor levensloopbestendigheid, zodat bewoners in de wijk kunnen blijven wonen wanneer hun woonbehoeften veranderen. Een wijk waar je kan opgroeien en ook oud kan worden.
Duurzaamheid moet integraal deel uitmaken van elke ontwikkeling: kies voor ecologische bouwtechnieken, collectieve renovatie waar mogelijk, beperking van stof- en lawaaihinder (bijvoorbeeld via prefabricatie), en circulair materiaalgebruik. Renovatie verdient de voorkeur boven sloop, zeker in een wijk met waardevol erfgoed.
Het bestaande industriële karakter en erfgoed van de wijk moeten maximaal behouden en geïntegreerd worden. Te vaak verdwijnen karaktervolle gebouwen voor generieke nieuwbouw die weinig relatie houdt met de buurt. Nieuwe projecten moeten daarentegen bijdragen aan de identiteit en leefkwaliteit van de wijken.
Een leefbare wijk is ook een wijk waar ruimte is om te werken, winkelen en ondernemen. Lokale handelszaken, ateliers en diensten maken integraal deel uit van het dagelijkse leven en versterken de verbondenheid met de buurt. Er is een duidelijke vraag naar een betaalbare supermarkt binnen de wijk. Verdring de economische functies niet wanneer ze verweefbaar zijn met het wonen en bijdragen aan de vitaliteit van de wijk. Geef hen bewust een plaats in het toekomstverhaal van Sluizeken-Tolhuis-Ham.
Deze buurtvisie is geen eindpunt. Ze is een uitnodiging van bewoners tot samenwerking, overleg en betrokkenheid en biedt handvaten aan beleidsmakers, ontwerpers, projectontwikkelaars en ambtenaren om in dialoog te gaan met de wijk.
Sluizeken-Tolhuis-Ham is geen lege ruimte, maar een levendige, complexe, menselijke plek. De kracht van de wijk zit in haar bewoners, haar plekken, haar verhalen.
Deze buurtvisie werd geschreven door mensen die het goed voorhebben met de wijk, die zich willen engageren, die niet blind zijn voor de uitdagingen, maar wel vooruit willen kijken, die kansen zien om het beter te doen.
Neem contact op via bezigeburen@gmail.com voor meer informatie over het project
Deze buurtvisie werd van onderuit opgebouwd: door, met en voor bewoners van Sluizeken-Tolhuis-Ham. We startten met luisteren naar hoe bewoners onze wijk vandaag gebruiken en beleven, via gesprekken en een brede verkenning van de wijk. Daarna schreven bewoners samen, in door eCO-City begeleide workshops, een buurtvisie met gedeelde ideeën en ambities. Deze buurtvisie werd vervolgens uitgebreid getoetst in de wijk, via bevragingen, visuele kaarten en speelse methodes voor jong en oud. Zo bouwden maar liefst 380 bewoners op verschillende manieren mee aan deze visie. Dit document vormt het einde van een tweejarig traject met de steun van het wijkbudget van de Stad Gent, maar tegelijk het begin van een sterkere en blijvende bewonersparticipatie die richting geeft aan de toekomst van de wijk.